Maandag : tweede leerjaar
Dinsdag : derde leerjaar
Woensdag : vierde leerjaar
Donderdag : vijfde leerjaar
Vrijdag : zesde leerjaar
Opkuisen kan ook als straf: wie de speelplaats bevuilt, doet een dienst aan de gemeenschap: een deeltje van de speelplaats vegen, zand opkuisen,… Daartoe hangt er een bezem, een zachte borstel en een vuilblik onder het afdak.
Alle regelingen voor het beurtsysteem hangen aan het raam van de ambulante klas en in de gangen.
Er is een maandelijks beurtsysteem voor:
sportveld
speelheuvel
tekenen op de bordjes: krijtjes worden doorgegeven in een doos
spelkoffers
caravan
zandbak
In het derde trimester en in september kunnen de kinderen knikkeren.
De zandbak wordt enkel geopend bij langere mooi weer periodes. Hij gaat dicht na de herfstvakantie tot zeker na de krokusvakantie.
Iedere klas heeft zijn eigen springtouwen.
Balafspraken:
Er mag enkel met de ballen gespeeld worden bij droog weer. Via de groene en rode vlag is er geen twijfel mogelijk. De toezichter van sector 1 bepaalt.
Er wordt nooit met ballen gespeeld om 8u10, 11u40, 13u00
Onder het afdak staat een ton met ballen. Ook iedere klas heeft een reservebal.
’s Middags mag er ook met ballen gespeeld worden voor o.a. het spel van de maand.
Wanneer een bal over de muur vliegt, mag er, na toelating van de bewakende leerkracht een vervangbal uit de vervangton in de turnzaal gehaald worden.
Er is een aparte ballenton in de kinderopvang.
Kledij wordt onder het afdak gehangen aan de kapstok.
Boekentassen worden netjes geplaatst tegen de muur of ondere het afdak. Boekentassen worden enkel binnen geplaatst in afspraak met de klasleerkracht.
Bij het horen van de muziekbel worden de spelkoffers door de verantwoordelijken opgeruimd en terug in de kast geplaatst.
Bij het horen van de muziekbel gaan de kinderen rustig naar de klas. Er worden geen rijen gevormd.
Er wordt nooit gespeeld tussen de fietsen.
Wie zich niet aan de afspraken houdt, krijgt een schrijvertje.
Bij ongewenst gedrag op de speelplaats is even apart zetten een goeie straf.
2 zandlopers :
naargelang de ernst van de fout en de leeftijd, gaat de leerling in het vakje staan met zijn gezicht naar muur en blijft staan tot de zandloper leeg is. Dan gaat hij naar de juf vragen of hij weer mag spelen.
De kinderen gaan in principe bij het begin van de speeltijd naar het toilet.
groene vlag = er mag gespeeld worden met materiaal
rode vlag = we spelen niet met de bal of het springtouw (dit als het regent)