Straffen blijft noodzakelijk en belangrijk, zelfs in een knusse school als de onze, net zoals belonen onmisbaar is. We proberen dus strafwerk zoveel mogelijk te vermijden en uit te stellen.
Toch moeten we als opvoeders steeds voor ogen houden dat straffen in een school maar één bedoeling kan hebben: ongewenst gedrag ongedaan maken, verbeteren en/of in de toekomst voorkomen, afspraken leren nakomen, ... We zetten dus onze subjectieve gevoelens altijd aan de kant als we een kind berispen.
We moeten dus voortdurend bewaken dat we niet repressief en vanuit onze macht reageren zodat we geen angstige sfeer creëren.
Aanmoedigen heeft vaak een beter resultaat dan straffen. We blijven altijd het goede in elk kind zien.
Kinderen kunnen nooit gestraft worden voor en door het gedrag van de ouders m.a.w. kinderen zijn niet verantwoordelijk voor het niet naleven door hun ouders van de schooleigen en wettelijke afspraken uit het schoolreglement.
We zorgen voor affectieve kordaatheid of warme duidelijkheid.
Het allerbelangrijkste is dat de kinderen de afspraken van de school, de klas, de eetzaal, de speelplaats, ... kennen. Dat ze ook duidelijk weten wat de consequenties zijn als ze zich niet aan de afspraken houden.
Daarom zorgen we ervoor dat:
de afspraken voor lagere schoolkinderen in duidelijke kindertaal in de klas besproken worden. De kinderen en ouders kunnen dit ook nog eens nalezen op de website.
klasafspraken, klascontract, … opgesteld wordt met de leerlingen bij het begin van het schooljaar.
speelplaatsafspraken uithangen die af en toe herhaald worden in de klas.
refterafspraken uithangen in de eetzaal.
alle kinderen een ‘goed gevoel school contract’ ondertekenen.
tijdens het leerlingenparlement, kinderen zelf de kans krijgen om afspraken te bespreken, in te voeren, uit te testen.
Gelijkgezindheid tussen alle collega’s is belangrijk. Daarom:
deze tekst in het vademecum
een visietekst voor de ouders
de bespreking van ‘risicokinderen’, ‘risicorelaties’ en ongewenst gedrag tijdens de wekelijkse briefings en tijdens overlegmomenten
oproep tot onderling overleg tussen collega’s en/of met de directeur bij twijfel aan een ‘goede’ straf
Een straf wordt ALTIJD EN ONVOORWAARDELIJK uitgevoerd. Dit weten ook de ouders.
We geven vooral uitvoerbare, zinvolle straffen. We houden rekening met het voorval, de overtreding, de leeftijd van het kind.
Voor het geven van de straf is er altijd een babbel met het kind. Na de straf is er altijd kans om te discussiëren over de straf.
Na de straf starten de kinderen altijd opnieuw met een nieuwe lei.
Voorvallen op school moeten zoveel mogelijk opgelost worden zonder de ouders te betrekken. Toch kunnen er situaties ontstaan dat wij de ouders willen informeren over de gedragingen van hun kinderen. Dit kan via een noot in de agenda, een schrijfwerkje dat de ouders moeten tekenen. Bij een ernstig probleem (bv. een blijvend pestprobleem, blijvende onbeleefdheid,…) of na een MDO–bespreking worden de ouders een belangrijke schakel en wordt een overleg met hen georganiseerd.
De directeur is altijd op de hoogte.
Bij een ouderoverleg is het belangrijk om concrete feiten aan te kunnen halen. Hou daarom dergelijke feiten bij in je logboek.
De deur van de directeur staat altijd open. Voor leuke dingen en ook voor minder leuke dingen. Een leerling mag altijd naar het bureau gestuurd worden van de directeur.
Leerkrachtenniveau
Positief bevestigen van “goed” gedrag van ieder kind
ClassDojo op de juiste manier gebruiken in de klas (zorg vooral voor de groene cirkel ...)
Gedragskaart
‘Actief’ toezicht houden garandeert een ‘goed speelplaats gevoel’ bij kinderen. Door je tussen de kinderen te bewegen, word je voortdurend ‘gezien’ en vermijd je ruw spel en pestgedrag.
Bij het zien van ongewenst gedrag, het juiste gedrag benoemen vanuit een IK- BOODSCHAP. “Ik vind dat ….”
Geregeld herhalen van en wijzen op de klas -en schoolafspraken, zowel klassikaal als voor een individuele leerling.
Zelf voorleven. (tijdig op de speelplaats)
Tijdens de briefing of tijdens informele momenten elkaar op de hoogte brengen van risicogedrag en risicorelaties tussen kinderen, groepen, klassen, …
Risicosituaties- en gedrag bespreken in klas via gesprekstechnieken. Hulp inroepen van onze ZOCO.
Structurele preventieve maatregelen
Opstellen van een ‘goed gevoel’ contract
Duidelijk afsprakenboekje
Inrichten van een tot spelen uitnodigende speelplaats
Het ‘groene juf/meester’ systeem
Inspraak van de kinderen, kans tot evalueren tijdens het leerlingenparlement
een berisping
eventjes in afzondering: aan de kant zetten, eventjes naar de ‘stille’ hoek in klas, onder de zandloper op de speelplaats
nota in de agenda
een woordje uitleg gaan geven aan de directeur
niet deelnemen aan een leuke activiteit
een dienst aan de gemeenschap verrichten. Dit kan een karweitje zijn zoals helpen in de refter, een hoekje vegen van de speelplaats,…
een tekening over het gebeurde (voor de jongere kinderen)
een" schrijvertje": Kinderen moeten reflecteren over wat ze verkeerd gedaan hebben, schrijven dit neer en gaan een tekst een aantal keer overschrijven (zie gedeelde drive leerkrachten).
Lichamelijke straffen (handen op het hoofd, op de knieën zitten, …) zijn in alle omstandigheden en voor iedereen verboden. Vermijd dus alle vormen van lichamelijk contact!!! Ook bij de kleuters. Je zal dit NOOIT KUNNEN VERANTWOORDEN. Ook de directeur zal dit niet kunnen.
Collectieve straffen zijn weinig of nooit zinvol! Teveel kinderen voelen zich onrechtvaardig behandeld. Dit is nefast voor het veilig klasklimaat en de goede klassfeer.
Beledigingen of kleineringen. Die kunnen het positieve zelfbeeld aantasten.
Het rapport kan niet gebruikt worden als straf. Ook punten aftrekken voor een proef als straf kan niet. (Uitzondering bij spieken)
Let op : soms worden er signalen gegeven dat een straf zijn doel niet heeft bereikt. Samen met de directeur en/of zoco wordt naar een andere oplossing gezocht.
Signalen kunnen zijn:
Het ongewenst gedrag herhaalt zich zonder meer en er wordt telkens opnieuw gestraft.
De straf lokt een agressieve tegenreactie uit.
De bestraffer blijft zelf met een rotgevoel zitten.
Het ongewenste gedrag wordt overgenomen door andere leerlingen.
Medeleerlingen lachen de bestrafte uit.
De sfeer in de klas wordt negatief.
De bestraffer roept bij elke ontmoeting angstgevoelens op.